ABFK http://www.abfk.be/new Advies - Boekhouding - Fiscaliteit - Kennis Tue, 10 Oct 2017 09:18:08 +0000 en-US hourly 1 https://wordpress.org/?v=4.8.2 Uitbreiding van het aanvullend pensioen voor alle zelfstandigen http://www.abfk.be/new/?p=955 Tue, 10 Oct 2017 09:16:52 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=955 Wat verandert er precies? Hoe wordt het systeem van het aanvullend pensioen voor zelfstandigen georganiseerd?

“Vandaag kunnen zelfstandigen die via een eenmanszaak werken en een aanvullend pensioen willen opbouwen, enkel een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) afsluiten. De premies zijn beperkt, omdat ze maximaal 8,17 procent van het beroepsinkomen kunnen bedragen, met een absoluut plafond op 3127,24 euro in 2017.”

“Zelfstandigen die via een eenmanszaak werken, hebben niet de mogelijkheid een bijkomend pensioen aan te leggen, terwijl zelfstandigen met een vennootschap dat wel kunnen. De vennootschap kan voor hen een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging (IPT) afsluiten.”

“Nu wordt voor zelfstandige eenmanszaken een vergelijkbare mogelijkheid gecreëerd: de pensioentoezegging voor zelfstandigen. Technisch gaat het vrijwel om een kopie van de IPT.”

“De zelfstandige kan dus vanaf 2018 premies in een pensioentoezegging voor zelfstandigen storten. Die pensioentoezegging wordt dan, opnieuw zoals bij de IPT, extern beheerd, bijvoorbeeld door een verzekeraar. Er is geen maximumbedrag vastgelegd. Die nieuwe formule is combineerbaar met het VAPZ. De premies zijn onderworpen aan een premiebelasting van 4,4 procent en geven aanleiding tot een belastingvermindering a rato van 30 procent. De eindbelasting op het kapitaal bedraagt 10 procent.”

Zelfstandigen hadden tot nu naast het VAPZ ook al de mogelijkheid om via de derde pijler aan pensioensparen te doen, met de daaraan verbonden fiscale voordelen. Waarom is het zo belangrijk dat ze door de uitbreiding van het aanvullend pensioen een extra mogelijkheid krijgen? Is die uitbreiding echt nodig?

“Het gemiddelde pensioen van een zelfstandige schommelt rond 860 euro per maand. Het is voor die groep cruciaal dat ze daarnaast een bijkomend pensioen kan aanleggen. Het VAPZ geeft zelfstandigen de mogelijkheid dat te doen, maar in beperkte mate. Voor zelfstandigen met een jaarinkomen vanaf ongeveer 40.000 euro volstaat dat niet.”

“Natuurlijk hebben zelfstandigen, net zoals werknemers, daarnaast ook nog toegang tot de derde pijler, maar ook daar zijn de bedragen die ze kunnen opbouwen te beperkt.”

“Los van de bedragen zijn er nog twee belangrijke redenen waarom we de uitbreiding van het aanvullend pensioen voor alle zelfstandigen toejuichen. Een eerste reden is de diversifiëring. Hoe meer opties zelfstandigen hebben voor de opbouw van hun pensioen, hoe beter ze aan risicobeheersing kunnen doen om de gestorte premies te beleggen.”

“Een tweede reden is dat de ongelijkheid tussen zelfstandige bedrijfsleiders die met een vennootschap werken en zelfstandige natuurlijke personen (eenmanszaken) problematisch is. In de praktijk stelden wij vast dat de mogelijkheid om via een vennootschap een echt aanvullend pensioen op te bouwen voor veel zelfstandigen een doorslaggevend argument is om een vennootschap op te richten.”

“Door de nieuwe regeling zullen zelfstandigen, voor wie de vennootschap niet de meest geschikte ondernemingsvorm is, niet langer de behoefte voelen toch naar die structuur om te schakelen.”

“UNIZO is dus tevreden met de nieuwe maatregel. We hadden zelfs graag gezien dat het sneller was gegaan. Eerst was de pensioentoezegging voor zelfstandigen al aangekondigd voor 2016. Het systeem gaat nu van start vanaf 1 januari 2018.”

Hoe komt het dat het wettelijke pensioen voor zelfstandigen lager is en ze tot op heden deels waren uitgesloten van het aanvullend pensioen? En is er voor het wettelijke pensioen verbetering merkbaar?

“Voor het wettelijk pensioen van zelfstandigen wordt een andere berekeningsformule gehanteerd dan dat van werknemers. Bij die laatste groep wordt het inkomen dat de gepensioneerde gedurende zijn carrière heeft verkregen, gedeeld door het aantal gewerkte jaren. Het jaarlijkse pensioen bedraagt dan 60 procent van het resulterende bedrag.”

“Bij zelfstandigen wordt die 60 procent nog eens verminderd aan de hand van een correctiecoëfficient van 66 procent. Een zelfstandige die in zijn leven evenveel heeft verdiend als een werknemer, krijgt dus maar twee derde van zijn pensioen. De gedachtegang daarachter is dat op de inkomsten uit het werk van zelfstandigen maar door één partij sociale bijdragen wordt betaald en dat tegenover die lagere bijdragen bijgevolg ook een lagere tegemoetkoming moest staan na de loopbaan.”

“Ondertussen is die redenering eigenlijk achterhaald. Zelfstandigen betalen 20,5 procent sociale bijdragen. Bovendien dragen ze ook hun steentje bij aan de sociale zekerheid door hun sobere sociale statuut, zonder werkloosheidsuitkeringen, en door de werkgeversbijdrage van 25 procent op het loon van hun werknemers. De regelgeving volgt echter maar langzaam de nieuwe realiteit.”

“Het wettelijk pensioen voor zelfstandigen is wel al verbeterd. Zo is het minimumpensioen gelijkgesteld aan dat van werknemers. Het verschil tussen het minimum- en het maximumpensioen blijft echter zeer klein, zo’n 200 euro per maand.”

“Wij pleiten er dan ook voor dat de pensioenberekening wordt herzien en dat mensen die een hoger inkomen hebben, ook een hoger wettelijk pensioen kunnen genieten. Op die manier geef je de juiste incentives aan zelfstandigen om hun onderneming zo succesvol mogelijk te maken.”

Bron: Moneytalk, trends

]]>
Vanaf januari mogelijkheid om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen http://www.abfk.be/new/?p=949 Mon, 25 Sep 2017 12:06:24 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=949 In het kader van het zomerakkoord werd door de regering een opvallende maatregel genomen. Nieuwe professionele contracten van onroerende verhuur kunnen vanaf 1 januari 2018 optioneel aan btw onderworpen worden.

Hoe is de situatie op dit moment?

De Europese btw-richtlijn stelt de verhuur van onroerende goederen in principe vrij van btw. Daarop zijn echter vier uitzonderingen:

  • Het verstrekken van accommodatie (hoteldiensten, verhuur van vakantiekampen, terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen)
  • Verhuur van parkeerruimte voor voertuigen
  • Verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines
  • Verhuur van safeloketten

De Belgische wetgever voegde daar nog drie uitzonderingen aan toe:

  • Verhuur van bergruimte voor het opslaan van goederen
  • Terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens
  • Onroerende financiële verhuur

Europa gaf de lidstaten ook de mogelijkheid om aan de belastingplichtigen het recht te verlenen btw te heffen op de verhuur en verpachting van onroerende goederen, maar België had dat tot nu toe nog niet in haar btw-wetgeving voorzien. Dat verandert vanaf volgend jaar.

Wat verandert er vanaf 1 januari 2018?

Vanaf 1 januari 2018 kan een eigenaar/verhuurder ervoor kiezen om een nieuw professioneel contract van onroerende verhuur aan btw te onderwerpen.

Wat betekent dit?

Tot op heden zorgde de vrijstelling van btw ervoor dat de btw die een eigenaar/verhuurder op de aankoop, onderhoud of constructiekosten betaalde, niet aftrekbaar was. Op die manier vormde de btw een kost die hoog kon oplopen.  Indien een klant er vanaf 1 januari voor kiest om de verhuur van onroerende goederen aan btw te onderwerpen, zal hij de btw op de aankoop- of constructiekosten in aftrek kunnen brengen. Wanneer, bovendien, ook de btw-plichtige huurder volledig recht heeft op aftrek van de btw aangerekend over de huurvergoedingen, vormt de btw voor geen van beide partijen een kost.

Details over de toepassingsvoorwaarden en – modaliteiten zijn voorlopig nog niet bekend. Het is dus nog even afwachten hoe dit optioneel stelsel er concreet uit zal zien. De verdere evoluties volgen we vanzelfsprekend voor je op.

Bron: zenito

]]>
De Kamer keurt de hervorming goed van het afkopen van de studiejaren http://www.abfk.be/new/?p=947 Fri, 22 Sep 2017 12:15:45 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=947 Deze donderdag 21 september 2017 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers de hervorming goedgekeurd met betrekking tot de regularisatie van de studieperioden voor de pensioenberekening van de ambtenaren, werknemers en zelfstandigen. Vanaf 1 december 2017 zal iedere werkende, ongeacht het stelsel, zijn studiejaren kunnen afkopen op het moment dat hij het wenst.

1500 euro per diplomajaar voor iedereen

Ter herinnering: de Federale Regering stelt voor om het forfaitaire bedrag van de regularisatiebijdrage vast te leggen op 1.500 euro per diplomajaar, ongeacht het stelsel (werknemers, zelfstandige en ambtenaar), voor diegenen die beslissen dit bedrag te betalen in een periode van 10 jaar volgend op het afsluiten van de studies. Na deze periode zal de mogelijkheid tot afkopen worden behouden maar zal het te betalen bedrag, dat op actuariële basis vastgesteld zal worden, hoger liggen. De regularisatiebijdrage is fiscaal aftrekbaar, en dit voor de drie stelsels.

Overgangsperiode van drie jaar vanaf 1 december 2017

Gedurende een overgangsperiode van drie jaar, tussen 1 december 2017 en 31 november 2020, zullen alle werknemers en zelfstandigen, ongeacht het punt waarop ze zich in hun loopbaan bevinden, de mogelijkheid hebben om hun geslaagde studiejaren na hun 20ste verjaardag te regulariseren door middel van regularisatiestortingen van 1.500 euro per diplomajaar. Tijdens deze zelfde overgangsperiode zullen ambtenaren alle studiejaren kunnen regulariseren die hen niet gratis toegekend worden.

Respect voor de verworven rechten van de ambtenaren

Voor de ambtenaren zal de bonificatie voor het vereiste diploma nog steeds gratis zijn in functie van de reeds gepresteerde loopbaan. Een ambtenaar, die een diploma van vier jaar bezit en die ¾ van zijn beroepsloopbaan heeft doorlopen, zal genieten van een kosteloze bonificatie voor drie jaar. Voor de jaren die hij nog kan aankopen werd een korting van 15% voorzien wanneer de aankoop plaatsvindt tussen 1 december 2017 en 30 november 2019; het bedrag van de aankoop komt op die manier neer op 1.275 euro per studiejaar.

De Minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine:
“Door deze hervorming wordt een geleidelijke harmonisering tussen de stelsels gerealiseerd. Elke werknemer zal kunnen genieten van een beter pensioen door te kiezen voor het afkopen van zijn studiejaren wanneer hij wil.”

]]>
Afschaffing vestigingswetgeving in Vlaanderen een feit? http://www.abfk.be/new/?p=928 Fri, 17 Mar 2017 15:24:23 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=928 Op de Vlaamse Ministerraad van vrijdag 17 maart werd beslist over de afschaffing van de gereglementeerde beroepen met uitzondering van het bedrijfsbeheer en de bouwberoepen. 

Waarover gaat het ?

Door Europese regelgeving is het op dit ogenblik voor EU-onderdanen makkelijker om een handelsonderneming in België op te starten dan voor de Belgen zelf.  Hieraan wil het Vlaamse Gewest iets doen.  De gereglementeerde handelsberoepen worden daarom grotendeels afgeschaft.  Concreet zal het niet meer nodig zijn een specifiek diploma of specifieke ervaring voor te leggen als de ondernemer start met een kapperszaak, bakkerij, restaurant, schoonheidssalon, …

De Vlaamse Overheid wil ook in de toekomst de kwaliteit van de tot op heden gereglementeerde activiteiten garanderen.  Daarom heeft de overheid samengezeten met elke sector. Wanneer er nu al een overheidsdienst met een bepaalde controlefunctie bestaat, zal deze dienst ingezet worden om  over de kwaliteit te waken (zoals bijvoorbeeld het FAVV voor restauranthouders, bakkers, ….)

Wanneer treedt dit allemaal in werking ?

Vrijdag werd een princiepsbeslissing genomen.  Nu wordt de volledige wetgevende procedure doorlopen.  De verwachting is dat ten laatste op 1 januari 2018 de afschaffing een feit is.

In een latere instantie volgt dan ook bedrijfsbeheer en de bouwsector.

En in Wallonië en Brussel ?

Ook Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden met deze problematiek geconfronteerd. Maar op dit ogenblik weten we nog niet welke richting het uitgaat voor deze Gewesten.

Bron: Zenito

]]>
Nieuwe spelregels voor de student-zelfstandige! http://www.abfk.be/new/?p=926 Thu, 16 Mar 2017 12:23:33 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=926 Sinds 1 januari 2017 kunnen studenten die ook een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen of starten, genieten van het nieuwe sociale en fiscale statuut ‘student-zelfstandige’. Dit nieuwe statuut voorziet in een bijzondere regeling op het gebied van de sociale zekerheidsbijdragen en versoepelt tegelijkertijd de voorwaarden om op fiscaal vlak nog als persoon ten laste te worden beschouwd.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen, moet de student-zelfstandige aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • de student mag hoogstens 25 jaar oud zijn;
  • de student moet voor het betrokken academiejaar “in hoofdzaak” ingeschreven zijn bij een onderwijsinstelling;
  • de student moet een activiteit uitoefenen die is onderworpen aan het sociaal statuut van zelfstandigen;

De student-zelfstandige die van dit nieuwe statuut wenst te genieten, moet hiervoor een aanvraag indienen bij het sociale zekerheidsfonds.

Sociale zekerheidsbijdragen

Student-zelfstandigen zijn vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen zolang zijn of haar netto beroepsinkomen lager is dan de helft van de minimumbasis waarop zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen verschuldigd zijn of lager is dan € 6.648,12 (cijfers 2017).

Indien deze grens overschreden wordt maar het inkomen lager blijft dan de minimumbasis waarop zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen verschuldigd zijn of lager blijft dan € 13.296,25 , is de student-zelfstandige enkel sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op het gedeelte van het inkomen dat het bedrag van € 6.648,12 te boven gaat.

Verdient de student-zelfstandige meer dan € 13.296,25, dan betaalt hij/zij sociale zekerheidsbijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep. De vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen op de eerste schijf van € 6.648,12 gaat in dit geval verloren.

Zo stellen wij het schematisch voor

Vermoedelijk inkomen In cijfers voor het jaar 2017 Te betalen bijdragen

Het vermoedelijk inkomen is lager dan de helft van de minimumbasis waarop zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen verschuldigd zijn

 

 

Minder dan € 6.648,12

 

Geen bijdragen

Het vermoedelijk inkomen ligt tussen de helft van de minimumbasis en de minimumbasis waarop zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen verschuldigd zijn  

 

Tussen € 6.648,12 – € 13.296,25

Het inkomen tot € 6.648,12 blijft vrijgesteld van bijdragen. Verminderde voorlopige bijdrage van 21% (of 20,50% in het eerste jaar van activiteit) op het meerdere.
Het vermoedelijk inkomen is gelijk aan of hoger dan de minimumbasis waarop zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen verschuldigd zijn  

 

Minstens € 13.296,25

Geen vrijstelling meer voor de eerste schijf van het inkomen tot € 6.648,12.

Voorlopige bijdragen in hoofdberoep op het volledige inkomen.

 

Blijft de student-zelfstandige fiscaal ten laste?

Kinderen die teveel eigen bestaansmiddelen hebben, zijn niet meer ten laste van hun ouders. De maximumbestaansmiddelen met betrekking tot inkomstenjaar 2017 zijn de volgende:

  • € 3.200,00 voor kinderen ten laste van gehuwde of wettelijk samenwonende partners
  • € 4.620,00 voor kinderen ten laste van een alleenstaande
  • € 5.860,00 voor gehandicapte kinderen ten laste van een alleenstaande

De berekening van de maximumbestaansmiddelen van kinderen is geen sinecure. Zo moeten bijvoorbeeld niet alle door hen ontvangen onderhoudsgelden in aanmerking genomen worden, noch de eerste schijf van € 2.660,00 uit studentenarbeid. Voor wie zijn kosten niet bewijst, geldt er ook een kostenforfait.

Ook de eerste schijf van € 2.660,00 van het inkomen als student-zelfstandige moet niet meegenomen worden in de berekening van de maximumbestaansmiddelen.

Wanneer de student-zelfstandige zowel inkomsten verkrijgt als jobstudent (in loondienst) als inkomsten uit een activiteit als student-zelfstandige, geldt de vrijstelling van € 2.660,00 evenwel voor beide inkomsten samen.

De wetgever is streng voor kinderen die een bezoldiging ontvangen van (de eenmanszaak van) hun ouders. Zij zijn immers niet meer ten laste van hun ouders. Er bestaat een gelijkaardige verstrenging van de regelgeving voor student-zelfstandigen die bedrijfsleider zijn in een vennootschap van hun ouders. In dat geval mag de bedrijfsleidersbezoldiging aan de student-bedrijfsleider namelijk maximaal € 2.000,00 bedragen om nog fiscaal ten laste te blijven. Indien de student-bedrijfsleider evenwel nog andere inkomsten (bv. als jobstudent) ontvangt,  mag de bedrijfsleidersbezoldiging niet meer bedragen dan de helft van zijn of haar totale bruto inkomsten, daarbij abstractie makend van de ontvangen onderhoudsuitkeringen.

Ter illustratie hiervan nemen we het voorbeeld van student-zelfstandige Jolien, die met haar studentenjob € 3.400,00 verdient, € 100,00 interest ontvangt op haar spaarrekening en daarnaast een bezoldiging als student-zelfstandige van € 3.000,00 ontvangt in het kader van haar mandaat als  bedrijfsleider in de vennootschap van haar ouders.

Omdat de bedrijfsleidersbezoldiging hoger is dan € 2.000,00 zou zij in principe niet meer ten laste zijn van haar ouders. Echter, de bezoldiging van € 3.000 bedraagt minder dan de helft van haar totale bruto-inkomsten van € 6.500,00.

De eerste schijf van € 2.660,00 wordt buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de netto-bestaansmiddelen. Na aftrek van de kostenforfait van 20 % op de overblijvende € 3.840,00 geeft dat een bedrag van € 3.072,00 netto bestaansmiddelen, hetgeen onder de grens ligt van € 3.200,00.

Bijgevolg kan Jolien voor het betrokken inkomstenjaar ten laste genomen worden door haar ouders.

Hopelijk zal deze nieuwe regeling student-ondernemers ertoe aanzetten om naast hun studies een zelfstandige activiteit op te starten. De ouders kunnen alvast met een gerust (fiscaal) hart over de schouders meekijken naar de eerste stappen van hun zoon of dochter als ondernemer.

 

 

]]>
Registratie huurcontracten kan online http://www.abfk.be/new/?p=922 Thu, 09 Feb 2017 11:41:33 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=922 Het is verplicht een huurcontract te laten registreren. U hoeft daar niet langer voor naar een registratiekantoor, voortaan kan dat ook online.

Als een huurcontract wordt geregistreerd, worden de belangrijkste gegevens in de overeenkomst opgenomen in de administratie van het registratiekantoor. Niet alleen huurcontracten moeten worden geregistreerd, ook alle andere contracten over onroerende goederen, zoals schenkingen en de vestiging van een vruchtgebruik op een woning of een grond. De registratie is ook verplicht voor oprichtingsaktes van vennootschappen en schriftelijke leningsakten tussen particulieren.

De registratie van een huurcontract is zowel belangrijk voor de huurder als voor de verhuurder. Een registratie geeft een vaste datum aan de overeenkomst. Niemand kan die datum dan nog betwisten. De verhuurder en de huurder kunnen het huurcontract gebruiken in hun relaties met derde partijen. Daardoor is de huurder bijvoorbeeld beschermd als de woning wordt verkocht. De nieuwe eigenaar is gebonden aan het lopende huurcontract. Na de registratie heeft de verhuurder de zekerheid dat de huurder de opzeggingstermijn moet eerbiedigen als hij het huurcontract beëindigt.

Als de huurder het pand zowel gebruikt om erin te wonen als om er te werken, heeft de registratie tot gevolg dat de verhuurder niet wordt belast op de volledige huurinkomsten, maar enkel op het deel dat betrekking heeft op het beroepsgebruik. In het huurcontract moet dan wel worden bepaald hoeveel huur betrekking heeft op het woongedeelte en hoeveel op het beroepsgedeelte.

Wonen en werken

Als de woning, het appartement, de studentenkamer of het tweede verblijf alleen wordt verhuurd om er te wonen, is het aan de verhuurder om het huurcontract te laten registreren. Ook de huurder mag dat doen, maar hij is daartoe niet verplicht. De registratie van een huurovereenkomst voor een woning is gratis. De verhuurder moet die laten registreren binnen de twee maanden na de ondertekening.

Als het verhuurde onroerend goed niet alleen privé maar ook beroepsmatig wordt gebruikt – bijvoorbeeld om er een handelszaak te vestigen – moet de verhuurder de overeenkomst laten registreren binnen de vier maanden na de ondertekening van het huurcontract. Hij kan dat niet overlaten aan de huurder. Die registratie is niet gratis. De verhuurder betaalt 0,2 procent registratierechten op het totaalbedrag van de huurprijs en op de lasten die de huurder moet betalen voor de duur van de overeenkomst. Voor een huurcontract van drie jaar met een maandelijkse huurprijs van 800 euro plus 200 euro maandelijkse huurlasten, bedraagt het registratierecht 36 maanden x 1000 euro = 36.000 euro x 0,2 procent = 72 euro.

Als een verhuurd onroerend goed zowel privé als beroepsmatig wordt gebruikt, is het verstandig twee afzonderlijke huurcontracten op te maken, een voor het woon- en een voor het beroepsgedeelte. Het huurcontract voor het woongedeelte kunt u gratis registreren. Anders betaalt u 0,2 procent registratierechten op de volledige huur.

Drie mogelijkheden

Een huurcontract moet u registreren op het registratiekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar het verhuurde goed gelegen is. U vindt de lijst op de website van de federale overheidsdienst Financiën, klik door naar ‘onze kantorengids’ en verder naar ‘woning’ en ‘huurcontract registreren’.

Een koninklijk besluit van 7 december 2016 bepaalt dat alle huurcontracten voortaan online kunnen worden geregistreerd. Dat was vroeger enkel het geval voor woninghuurcontracten, en niet voor handelshuurcontracten. Er zijn voortaan drie mogelijkheden om een huurcontract te laten registreren, maar de overheid moedigt vooral de onlineregistratie aan. Een huurcontract via e-mail of per fax naar het registratiekantoor sturen kan niet meer.

Via de post

U stuurt drie exemplaren van het huurcontract naar het bevoegde registratiekantoor. Vermeld in uw brief het adres waar de administratie het geregistreerde huurcontract naartoe moet sturen, als dat verschilt van het adres op het huurcontract. Het registratiekantoor stuurt het geregistreerde huurcontract samen met het registratieverslag terug.

Indiening op het registratiekantoor

U biedt zich persoonlijk of via een gevolmachtigde persoon aan op het bevoegde registratiekantoor met drie exemplaren van het huurcontract. U krijgt dan onmiddellijk een geregistreerd exemplaar mee naar huis.

Online

U kunt zich aanmelden met een eID-kaartlezer op de website www.myrent.be. U moet het huurcontract op de website invullen, afdrukken en het laten ondertekenen door de huurders. Vervolgens maakt u een kopie in pdf-formaat van het huurcontract, dat u verstuurt via de website. U krijgt een ontvangstbewijs van het registratiekantoor dat uw huurcontract registreert.

Registratie van bijlagen

De inschrijving van de huurcontracten die op papier worden aangeboden, wordt bevestigd met een stempel op het huurcontract. Een huurcontract dat u digitaal laat registreren via MyRent, is na de registratie beschikbaar via MyMinfin.

Niet alleen het huurcontract moet worden geregistreerd, ook de plaatsbeschrijving. Voor andere bijlagen zoals het energieprestatiecertificaat is de registratie niet verplicht. De registratie van een plaatsbeschrijving is gratis als het huurcontract alleen op een woning slaat en u de plaatsbeschrijving samen met het huurcontract aanbiedt. Een plaatsbeschrijving voor een huurcontract dat niet alleen voor huisvesting bestemd is, wordt geregistreerd tegen een vast tarief van 50 euro.

Bron: Moneytalk

 

]]>
Kleine onderneming? Voortaan moet u mogelijk geen btw-klantenlisting meer indienen. http://www.abfk.be/new/?p=919 Tue, 07 Feb 2017 15:26:22 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=919 Vanaf 1 juli 2016 moet u niet langer een jaarlijkse lijst van belastingplichtige afnemers (‘klantenlisting’) indienen wanneer u aan de volgende twee voorwaarden voldoet:

  • Uw onderneming valt onder de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
  • Uw klantenlisting is een nihil-klantenlisting wat met andere woorden betekent dat uw klanten
    • (terecht) geen Belgisch btw-nummer hebben
      of
    • wél een Belgisch btw-nummer hebben maar uw jaarlijkse omzet per klant met een Belgisch btw-nummer bedraagt niet meer dan 250 euro.

Opgelet! Deze regeling geldt vanaf de klantenlistings voor 2016 (waarbij u uw activiteit niet hebt stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016).

U moet dus nog altijd een (nihil-)klantenlisting indienen wanneer u zich in een van de volgende situaties bevindt:

  • U hebt uw klantenlisting voor 2015 nog niet ingediend.
  • U hebt uw activiteit stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016 (en u hebt daarvoor in deze periode een formulier 604C stopzetting ingediend).

Bron: BIBF

]]>
Studentenjob: 50 dagen vervangen door 475 uren http://www.abfk.be/new/?p=914 Tue, 17 Jan 2017 11:41:42 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=914 Studentenjobs zijn aan bepaalde regels onderworpen in termen van sociale bijdragen. Onder bepaalde voorwaarden zijn de sociale bijdragen die studenten hoeven te betalen tot een bepaald plafond vastgelegd. De federale regeling besloot onlangs om de regelgeving rondom dit thema aan te passen. Hieronder vind je alle nuttige informatie.

Regels die van kracht waren tot 1 januari 2017

Werkende studenten genoten tot het einde van 2016 nog van verminderde sociale bijdragen (2,71% in plaats van 13,07%) onder de voorwaarde dat zij niet meer dan 50 dagen per jaar werkten (400 uren of 50 dagen van 8 uur). Studenten die bijvoorbeeld op één dag 3 uur hadden gewerkt, moesten dan een volledige dag van 8 uur inleveren. Er werd dus geen rekening gehouden met het aantal gewerkte uren wat meestal in het nadeel van de studenten speelde.

Wat is er veranderd sinds 1 januari 2017?

De ministerraad keurde een wijziging goed in verband met de maximale studentenarbeid dat verricht mag worden met het oog op verminderde sociale bijdragen. Het oude systeem zal vanaf 1 januari 2017 plaats moeten maken voor de 475 uren-regel. Een dag waarop studenten maar 3 uur hadden gewerkt zal dus niet meer als een volledige dag erkend worden. De nieuwe regelgeving zal dus ook voordeliger zijn voor de werkgever, vanwege een grotere flexibiliteit. Studenten die enkel werden opgeroepen om tijdens de piekuren te werken, zullen dus meer dagen kunnen opnemen tijdens de loop van het jaar.

Sinds 1 januari 2016 konden studenten overigens ook vrij kiezen om arbeid te verrichten onder het statuut van gelegenheidsarbeider of student. Studenten konden enkel onder de noemer van gelegenheidsarbeider vallen onder de voorwaarde dat zij al eerst 50 dagen aan de slag waren geweest onder het studentenstatuut. Deze voorwaarde is nu afgeschaft.

De nieuwe regelgeving is niet enkel voordelig voor studenten, maar ook voor de werkgevers. Tijdens de piekuren zal er gemakkelijker beroep kunnen gedaan worden op studenten terwijl werkgevers hierop nog steeds verminderde sociale bijdragen (5,42%) moeten betalen.

Andere zaken blijven onveranderd, als je de limitet van 475 uren overschrijdt zal je nog steeds als een normale werknemer beschouwd worden en dus 13,07% sociale bijdragen moeten betalen. Dit percentage is dus van toepassing vanaf het 476ste gewerkte uur. Ook zal de app Student@Work vanaf 1 januari 2017 in uren tellen. Hierop kunnen studenten hun resterende dagen raadplegen.

Conclusie

Het nieuwe systeem blijkt zeer voordelig voor studenten die tot heden maar een paar uur per dag hadden gewerkt. Studenten zullen dan meer flexibel ingezet kunnen worden en nog steeds van verminderde sociale bijdragen kunnen genieten. Ondertussen werkt de overheid ook aan een nieuwe regelgeving rondom het sociaal statuut voor zelfstandige studenten-ondernemers. Zo zal een zelfstandige student geen sociale bijdragen hoeven te betalen op een jaarlijks inkomen dat lager als 6.505 euro ligt.

 

Bron: jobat.be

]]>
Bedrijfsleiders mogen meer huur vragen aan vennootschap http://www.abfk.be/new/?p=909 Thu, 01 Dec 2016 15:27:39 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=909 Dankzij een aanpassing van de berekeningswijze is het plafond van de huur die een bedrijfsleider mag vragen aan zijn vennootschap voor het gebruik van zijn gebouw, hoger geworden.

Veel bedrijfsleiders of zaakvoerders verhuren hun eigen gebouw aan hun vennootschap. Dat is een fiscaal interessante manier om geld uit de vennootschap te halen. Voor de bedrijfsleider zijn de ontvangen huurgelden belastbaar onroerend inkomen, waarop hij geen socialezekerheidsbijdragen hoeft te betalen.

Op de ontvangen huurgelden wordt een kostenforfait van 40 procent toegepast. Van dat nettobedrag kan de bedrijfsleider eventueel intresten van een vastgoedlening aftrekken. Op die manier kan hij zijn belastbaar inkomen zelfs tot nul terugbrengen. De vennootschap kan de betaalde huurgelden aftrekken van haar belastbare winst. Op die manier ontstaat een win-winsituatie.

Omvorming tot belastbaar inkomen

Om te vermijden dat de vennootschap een te hoge huur betaalt aan haar bedrijfsleider, zal de fiscus te veel gevraagde huur omvormen tot belastbare bezoldiging. Om de grens te berekenen, vermenigvuldigt de fiscus het kadastrale inkomen van het verhuurde gebouw met een zogenoemde revalorisatiecoëfficiënt en 5/3.

De revalorisatiecoëfficiënt wordt elk jaar aangepast aan de stijging van de prijzen. In een koninklijk besluit van 29 november is die voor het aanslagjaar 2017 vastgelegd op 4,31. Voor het aanslagjaar 2016 bedroeg de coëfficiënt 4,23. Dat betekent dat een bedrijfsleider meer huurinkomen mag vragen vooraleer dat omgevormd wordt tot een fiscaal zwaarder belaste bezoldiging.

Een voorbeeld

Neem het voorbeeld van een bedrijfsleider die eigenaar is van een kantoorgebouw met een kadastraal inkomen van 2500 euro. Hij verhuurt het gebouw aan de vennootschap die hij leidt. De bedrijfsleider mag dan een jaarlijkse huur vragen die gelijk is aan 2500 euro (kadastraal inkomen) x 4,31 (revalorisatiecoëfficiënt) x 5/3 = 17.958 euro. Op maandbasis betekent dat 1496,5 euro.

Vraagt de bedrijfsleider een hogere huur, bijvoorbeeld 25.000 euro per jaar, dan wordt het surplus van 7042 euro (25.000 – 17.958) belast als een bezoldiging waarop een belasting van maximaal 50 procent (plus gemeentebelasting) en socialezekerheidsbijdragen moeten worden betaald. De vennootschap zal het surplus van 7042 euro moeten vermelden op de fiscale fiche 281.20, die wordt uitgereikt aan de bedrijfsleider.

Bron: Knack

]]>
Een pop-up-shop openen: nieuwe wetgeving en essentiele tips http://www.abfk.be/new/?p=904 Tue, 25 Oct 2016 08:54:05 +0000 http://www.abfk.be/new/?p=904 Drempels overwinnen en risico’s nemen: het hoort erbij als ondernemer. Niet geschoten is altijd mis. Maar meteen een loodzwaar huurcontract aangaan voor je bedrijfspand? Een financiële strop met onzekere afloop, vooral als je aanbod nog niet 100% op punt staat. Geen wonder dat het pop-up-concept furore maakt. Zeker nu enkele gunstige nieuwe regels de toegang verder vergemakkelijken. Dit artikel toont je de wet in een notendop en geeft je meteen enkele pop-up-tips mee.

Aan een klassieke handelshuurovereenkomst ben je normaal gezien een aantal jaren verbonden. Logisch, want zo krijgt de eigenaar zekerheid over een constante stroom aan inkomsten. Alleen is dat allesbehalve de ideale manier om een concept uit te testen in een soort proeftuinsetting. Of om een tijdelijk aanbod te lanceren. Enter: de pop-up-store.

Nieuwe pop-up-wet: flexibele voorwaarden

Sommige steden pakken tegenwoordig uit met projecten die leegstaande panden koppelen aan ambitieuze starters, zonder al te rigide huurcontracten. ‘Kortrijk Zaait’ is daar slechts één voorbeeld van. Te onthouden: check zeker eens bij jouw stad of gemeente of er gunstige regelingen zijn voor tijdelijke handelsruimtes.

De Vlaamse overheid doet daar een schepje bovenop. Een nieuw decreet bevat enkele onmiskenbare voordelen voor jou als huurder:

  1. Je kan een contract sluiten van maximaal 1 jaar. Een overeenkomst van een paar maanden kan je, in samenspraak met de eigenaar, verlengen tot maximaal 1 jaar.
  2. Je kan de huur vroegtijdig (aangetekend) opzeggen, minstens 1 maand op voorhand. De verhuurder kan het contract niet zomaar beëindigen.
  3. Je kan verbouwingen laten uitvoeren. Daarvoor verwittig je de verhuurder schriftelijk. De werken moeten wel overeenkomen met de afspraken in het contract. Na afloop van de huurperiode kan de eigenaar je wel vragen om het pand opnieuw te herstellen in oorspronkelijke staat.
  4. Is je tijdelijke shop een schot in de roos? Dan kan je je korte huurcontract omvormen tot een klassieke handelshuurovereenkomst, en neem je de stap naar een permanente winkel.

Waar popt de shop?

Rest je nog de zoektocht naar een ideale locatie. Probeer zeker eens Spacified of Pop this place, twee platformen die verhuurders en pop-up-aspiranten bij elkaar brengen. Ga, zoals gezegd, ook eens langs bij de dienst economie of het ondernemingssteunpunt van je gemeente. Daar vind je vaak een overzicht van beschikbare handelsruimtes.

Vergeet de formaliteiten niet!

Een pop-up-huurovereenkomst is nog maar het begin. Ook deze formaliteiten moeten in orde zijn:

Bron: Xerius

]]>